BAU-D1530 - 77419

Hoe voorkom je warmteverlies in een vloerverwarmingssysteem?

Lees alles hierover in de nieuwste blog van onze productmanager.

10.11.2020

Steeds vaker kiezen mensen voor vloerverwarming. Als installateur krijg je daarom steeds meer te maken met lage temperatuur verwarming waarbij warmtebehoud cruciaal is. Je wil tenslotte dat de warmte op de plek komt waar deze gewenst is. Het is daarom extra belangrijk om warmteverlies tegen te gaan, niet alleen voor het rendement, maar ook voor het comfort dat de installatie realiseert en daarmee een tevreden klant. Hoe je voorkomt dat warmteverlies optreedt, lees je in deze blog. 

Gebruik een grotere diameter 
Om het vloerverwarmingssysteem te verwarmen werd tot voor kort voornamelijk de cv-ketel ingezet. Het vloerverwarmingssysteem werd daarbij gecombineerd met radiatoren die op een hoger temperatuurregime werkten. Door een mengregeling bij de verdeler werd de temperatuur zo gemengd dat deze onder de 50 graden kwam voordat het water de vloer in ging. 
 
Tegenwoordig werken we met warmte-opwekkers, zoals warmtepompen, die water met een veel lagere temperatuur leveren, waardoor deze mengregeling achterwege kan blijven. Een warmtepomp werkt dus met een lagere watertemperatuur. Daarnaast werkt de warmtepomp het beste met een kleiner temperatuurverschil tussen aanvoer en retour. Om hetzelfde warmtevermogen over te kunnen brengen is een grotere waterhoeveelheid (flow) noodzakelijk. Deze flow heeft daardoor een groter pompvermogen nodig. Bovendien heeft die grotere waterhoeveelheid consequenties voor de diameter van het leidingsysteem tussen de warmteopwekker en de verdeler. Een grotere diameter is namelijk noodzakelijk om uiteindelijk genoeg warmte af te geven aan de ruimte. De juiste diameter bepaal je door van tevoren een goede leidingberekening te maken, inclusief alle componenten en verbindingen die in het systeem worden opgenomen. Hiermee zorg je dus altijd voor voldoende liters op iedere strang en groep!

Na-isoleren
Ondanks dat we nu verwarmen met lagere temperaturen blijft het van belang om de leidingen goed te isoleren. Het verschil in temperatuur tussen de aanvoer- en retourleiding is kleiner, maar deze leidingen geven nog steeds warmte of koude af. Daarom moet je de leidingen goed na-isoleren om het gewenste verwarmingsvermogen per ruimte te realiseren. Vooral als de voedingsleidingen door een onverwarmde ruimte lopen zoals de kruipruimte of een zolder. Dit beïnvloedt het goed functioneren van de installatie en kan dan ook tot comfortklachten leiden. Handig om te weten: het RAUTITAN-systeem van REHAU heeft ook voorgeïsoleerde leidingen. 

Geen F-gassen certificaat nodig 
Niet alleen tussen de warmteopwekker en de verdeler kan warmteverlies ontstaan. Ook de verbinding (de terreinleiding) tussen de binnen- en buitenunit van een lucht-waterwarmtepomp is iets om rekening mee te houden. Het buitendeel absorbeert de buitentemperatuur en zet dit om in een hoge vloeistof temperatuur. Bij zo’n monoblock buitenunit is de terreinleiding gevuld met dit systeemwater. Om dit type installatie aan te leggen heb je geen F-gassen certificaat nodig. Om een splitunit te installeren moet dat wel, omdat je dan met gassen werkt. 

Kortlengteconcept: op maat geleverd 
Om het water van de buitenunit naar de binnenunit van de warmtepomp te transporteren, is het van belang dat dit door een geïsoleerde leiding gaat. REHAU heeft een geschikt terreinleidingsysteem in het programma: RAUVITHERM. Deze leiding minimaliseert het energieverlies tijdens het transport. In het leidingsysteem zitten één of twee leidingen voorzien van een hoogwaardige thermische isolatie. Daaromheen zit een harde coating met een ge-extrudeerde laag isolatieschuim die voorkomt dat vocht bij een beschadiging verder verspreidt in de leiding. In dierentuin Burgers’ Zoo is dit leidingsysteem (bijvoorbeeld) succesvol toegepast dankzij zijn flexibiliteit en isolatiewaarde.

Bovendien is het RAUVITHERM-systeem veelzijdig en beschikt het over een kortlengteconcept. Dat houdt in dat de leiding in precies de gevraagde lengte aangeleverd kan worden. De buis sluit je eenvoudig aan met de schuifhulsverbindingstechniek of met de knelkoppelingset. Met de laatstgenoemde heb je enkel standaard gereedschap nodig. Zo kun je snel aan de slag.

Tip voor de installateur 
Als je aan de slag gaat met de terreinleiding van REHAU is het belangrijk dat je goed let op de gebouwinvoer. Dat is de plek waar de terreinleiding het gebouw binnengaat. Vooral bij hoge grondwaterstanden is het van belang dat je de buisinvoer waterdicht afwerkt. Bij drukloos water tot 0,2 bar in metselwerk of beton gebruik je rubberen muurdichtringen. Hiermee weet je zeker dat je een goed eindresultaat oplevert!   

Auteur: Arjan Dorrestijn, productmanager Building Technology bij REHAU N.V.

Engineering progress

Enhancing lives